Indien zodanig vonnis aan een derde is tegengeworpen in een rechtsgeding en het verzet daartegen is ingesteld op de voet van artikel 288, staat het aan de rechter voor wie dat rechtsgeding aanhangig is, vrij om, indien daartoe gronden bestaan, de schorsing van het rechtsgeding toe te staan, totdat op het ingestelde verzet zal zijn beslist.
Boek 1 › Titel 8
Artikel 289
Artikel 289
Onderdeel van Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010