De schipper van een Nederlandsch vaartuig die, buiten noodzaak en buiten voorkennis van den eigenaar of de reederij, handelingen pleegt of gedoogt, wetende dat deze het vaartuig of de zaken aan boord daarvan aan opbrenging, aanhouding of ophouding blootstellen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de tweede categorie.
De opvarende die buiten noodzaak en buiten voorkennis van den schipper, met gelijke wetenschap gelijke handelingen pleegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van de tweede categorie.
boek Tweede › Titel XXIX
Artikel 420
Artikel 420
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010