Met geldboete van de eerste categorie wordt gestraft:
hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn een Nederlandschen adellijken titel voert of een Nederlandsch ordeteeken draagt;
hij die zonder ‘s Konings verlof, waar dit vereischt wordt, een vreemd ordeteeken, titel, rang of waardigheid aanneemt;
hij die, door het bevoegd gezag naar zijn naam wordt gevraagd, een valschen naam opgeeft.
boek Derde › Titel II
Artikel 454
Artikel 454
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010