Het maximum der hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij medeplichtigheid met een derde verminderd.
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste vier en twintig jaren.
De hoofdstraf van berisping en de bijkomende straffen zijn voor medeplichtigheid dezelfde als voor het misdrijf zelf.
Bij het bepalen van de straf komen alleen die handelingen in aanmerking die de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, benevens hare gevolgen.
boek Eerste › Titel V
Artikel 51
Artikel 51
Onderdeel van Wetboek van Strafrecht BES· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010