**1.** In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is:
ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij;
ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij;
over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling.
De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.
**2.** In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.
Titel V
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010