**1.** De voorzitter vraagt de getuige naar naam en voornamen, leeftijd, beroep en woon- en verblijfplaats; of hij bloed- of aanverwant is van de verdachte, en, zo ja, in welke graad.
**2.** De voorzitter beëdigt daarna de getuige. Artikel 250, tweede lid, betreffende de vervanging van de beëdiging door een aanmaning, is van overeenkomstige toepassing.
**3.** Met betrekking tot het verhoren van de getuige en diens recht van verschoning vinden de artikelen 251 tot en met 254 toepassing.
Boek Vijfde › Titel IV › Afdeling Tweede
Artikel 323
Artikel 323
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010