**1.** Indien een getuige verdacht wordt zich op de terechtzitting aan het misdrijf van meineed te hebben schuldig gemaakt, kan het Hof ambtshalve, op de vordering van de procureur-generaal of op het verzoek van de verdachte dienaangaande onderzoek bevelen, zonodig met schorsing van het onderzoek op de terechtzitting.
**2.** In dat geval wordt door de griffier dadelijk een proces-verbaal opgemaakt en dit door de voorzitter, de rechters, en hemzelf ondertekend. Het proces-verbaal bevat de afgelegde verklaring van de getuige.
**3.** De verklaring van de getuige wordt hem voorgelezen; daarna wordt hem gevraagd, of hij bij zijn verklaring blijft volharden, in welk geval deze door hem wordt ondertekend. Bij gebreke van ondertekening vermeldt het proces-verbaal de weigering of de reden van verhindering.
**4.** Het Hof kan daarop het instellen van een gerechtelijk vooronderzoek bevelen, in te stellen door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken. Het kan in dat geval tevens, indien daartoe de voorwaarden en de gronden aanwezig zijn, de gevangenneming bevelen.
**5.** Het proces-verbaal wordt door het Hof in handen gesteld van de officier van justitie.
Boek Vijfde › Titel IV › Afdeling Tweede
Artikel 333
Artikel 333
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010