**1.** De opsporingsambtenaren hebben te allen tijde toegang tot alle plaatsen, waarvan naar hun redelijk oordeel de betreding nodig is voor de vervulling van hun taak. De commandant en de schipper kunnen ter aanhouding van de verdachte of ter inbeslagneming alle plaatsen betreden, waarvan te dien einde de betreding naar hun redelijk oordeel nodig is.
**2.** De artikelen 155 tot en met 160 blijven buiten toepassing. De artikelen 162 en 163 zijn ten aanzien van de commandant en de schipper van overeenkomstige toepassing.
Boek Zevende › Titel VI › Afdeling Tweede
Artikel 539
Artikel 539
Onderdeel van Wetboek van Strafvordering BES· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010