Naar hoofdinhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 1

Regeling garanties van oorsprong · gedetecteerd op 4 september 2026 om 02:00

1 gewijzigd

Gewijzigde artikelen

Oud
1. Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt. 2. Indien zich achter een allocatiepunt, van een aansluiting met meerdere allocatiepunten, meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt. 3. De energie die door de betreffende productie-installaties op een transmissie- of distributiesysteem of het net voor thermische energie wordt ingevoed, wordt bepaald door de energie die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke opwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de energie die is opgewekt door de betreffende productie-installaties. 4. Indien niet alle installaties achter de aansluiting een geschikte meetinrichting hebben, worden door de meetverantwoordelijke partij de meetwaarden voor energie die op een transmissie- of distributiesysteem is ingevoed gesteld op nul kWh.
Nieuw
1. Indien zich achter de aansluiting meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie uit hernieuwbare bronnen of HR- WKK-elektriciteit die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt. 2. Indien zich achter een allocatiepunt, van een aansluiting met meerdere allocatiepunten, meerdere productie-installaties bevinden meet de producent de hoeveelheid energie die de betreffende productie-installatie heeft opgewekt. 3. De energie die door de betreffende productie-installaties op een transmissie- of distributiesysteem of het net voor thermische energie wordt ingevoed, wordt bepaald door de energie die wordt verbruikt door de installatie achter de aansluiting naar rato van de feitelijke opwekking van alle productie-installaties achter de aansluiting, in mindering te brengen op de energie die is opgewekt door de betreffende productie-installaties. 4. Indien niet alle installaties achter de aansluiting een geschikte meetinrichting hebben, worden door de transmissie- of distributiesysteembeheerder de meetwaarden voor energie die op een transmissie- of distributiesysteem is ingevoed gesteld op nul kWh.