**1.** Indien na een maritiem ongeval of daarmee verband houdende handelingen waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat zij zullen leiden tot aanzienlijke schadelijke gevolgen, zich een ernstig en dreigend gevaar, door verontreiniging of dreigende verontreiniging, voordoet voor de Nederlandse kust of voor daarmee samenhangende belangen van Nederland, en het desbetreffende schip zich in de interventiezone bevindt, maakt de kapitein van dat ongeval zo spoedig mogelijk melding aan een daartoe door Onze Minister aangewezen instantie. Ingeval de kapitein hiertoe niet in staat is, rust de meldingsplicht op de exploitant van het schip.
**2.** In een situatie als bedoeld in het eerste lid zijn de kapitein en de exploitant van het desbetreffende schip en de eigenaar van gevaarlijke of verontreinigende stoffen aan boord van het desbetreffende schip verder verplicht om alle in verband met het ongeval gevraagde gegevens onmiddellijk te verstrekken en om desgevraagd onmiddellijk mededeling te doen van alle maatregelen die vanwege het schip in verband met het ongeval zijn genomen.
**3.** Artikel 5, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.2
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Wet bestrijding maritieme ongevallen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016