Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 47a

Tijdelijke commissies en adviescolleges

Onderdeel van Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming· Privacy

Deze tekst geldt sinds 1 september 2026

1. Een commissie als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, dan wel een adviescollege dat is ingesteld op grond van artikel 5 of 6 van de Kaderwet adviescolleges, die voor bepaalde tijd wordt ingesteld bij koninklijk of ministerieel besluit of ministeriele regeling, kan persoonsgegevens verwerken, indien in de instellingsregeling of het instellingsbesluit is opgenomen: de taak van algemeen belang als bedoeld in artikel 6, onderdeel e van de verordening en het doel ten behoeve waarvan de persoonsgegevens worden verwerkt; de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevensverwerking; en de maximale bewaartermijn. 2. In afwijking van artikel 46 kan in de instellingsregeling of het instellingsbesluit worden bepaald dat de commissie of het adviescollege ten behoeve van het in de instellingsregeling of instellingsbesluit opgenomen doel nummers die dienen ter identificatie als bedoeld in artikel 46 kan verwerken. In de instellingsregeling worden passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkene vastgesteld. 3. Gelet op artikel 9, aanhef en onder g, en artikel 10 van de verordening is het verbod om bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verwerken door een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid niet van toepassing indien: de verwerking noodzakelijk is in het kader van een taak van zwaarwegend algemeen belang, die in de instellingsregeling is opgenomen; het vragen van uitdrukkelijke toestemming onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning vergt; en er in de instellingsregeling of instellingsbesluit voldoende passende en specifieke waarborgen zijn opgenomen ter bescherming van de grondrechten en fundamentele belangen van de betrokkene. 4. Indien een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid, bijzondere categorieën van persoonsgegevens of persoonsgegevens van strafrechtelijke aard verwerkt, stelt de commissie of het adviescollege voorafgaand aan haar opheffing een verslag op over de wijze waarop deze persoonsgegevens zijn verwerkt. 5. Indien een commissie of adviescollege als bedoeld in het eerste lid gegevens over de gezondheid verwerkt, is artikel 30, vierde lid van overeenkomstige toepassing. 6. De instellingsregeling of het instellingsbesluit waarin een commissie als bedoeld in het eerste lid wordt ingesteld en waarin een regeling wordt getroffen met betrekking tot de verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens of strafrechtelijke persoonsgegevens, wordt onverwijld meegedeeld aan beide kamers der Staten-Generaal.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel