**1.** Een geplande inzet van afwijkend gebruik van de frequentieruimte wordt door de verantwoordelijke voorafgaand gemeld aan de minister, vergezeld van de gemaakte impactanalyse.
**2.** De melding omvat ten minste de volgende gegevens:
de naam, dan wel persoonlijk herleidbare code, met eenheid, van de ambtenaar, bedoeld in artikel 6;
de periode waarbinnen een afwijkend gebruik van de frequentieruimte kan plaatsvinden;
in welke vorm en op welke wijze afwijkend gebruik van de frequentieruimte kan plaatsvinden;
de frequentieband of -banden;
het effectieve zendvermogen;
de signaalvorm of signaalvormen;
de gebruikte bandbreedte per frequentieband;
een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de geografische locaties waar de apparatuur kan worden ingezet; en
het merk en type van het apparaat, met registernummer.
**3.** Indien het radiointerventiemiddel na de melding in gebruik is geweest, registreert de eenheid de volgende gegevens:
vermelding van de opdrachtgever;
de gegevens die het radiointerventiemiddel of het externe meetapparaat, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel h, heeft geregistreerd; en
de ambtenaar die het radiointerventiemiddel heeft bediend, dan wel geconfigureerd, de exacte plaats en tijd van gebruik, gebruikte frequentiebanden, toegepast vermogen, azimut en elevatie van de stoorbundel, antennehoogte, en kalibratiedatum.
**4.** Deze administratie wordt in ieder geval bewaard tot een jaar na de datum van inzet.
**5.** Indien het gebruik niet overeenstemde met de melding, bedoeld in het tweede lid, meldt de verantwoordelijke aan de minister welke afwijkingen hebben plaatsgevonden.
Hoofdstuk 3
Artikel 9
Melding aan de minister voorafgaand aan geplande inzet
Onderdeel van Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte ter bestrijding van onbemande mobiele objecten· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 29 april 2025