**1.** Verblijven worden voldoende verwarmd, rekening houdend met de klimatologische omstandigheden.
**2.** De verwarming geschiedt door toevoer van stoom, heet water, warme lucht of elektriciteit.
**3.** De verwarmingsinrichting en de plaats en wijze van opstelling daarvan voldoet aan door de minister te stellen eisen.
**4.** Het verwarmingssysteem is in gebruik zolang er vissers aan boord zijn en wanneer de omstandigheden dat vereisen.
**5.** Radiatoren in een verblijf zijn doelmatig geplaatst en waar nodig afgeschermd.
**6.** De verwarmingsinrichting heeft vermogen waarmee onder normale klimatologische omstandigheden die tijdens de reis kunnen worden ondervonden, in verblijven een temperatuur van ten minste 20 graden Celsius kan worden onderhouden.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.5
Artikel 4.5.6
Verwarming
Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025