Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.7

Artikel 4.7.1

Opsomming voorschriften C 188-verdrag

Onderdeel van Regeling bemanning zeeschepen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2025

De minister geeft op aanvraag een visserij-arbeidscertificaat als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de wet af indien na onderzoek blijkt dat voor dat vissersvaartuig ten minste wordt voldaan aan: de minimumleeftijd, gesteld bij of krachtens artikel 3.2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet; het geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 31 van de wet; de bemanningssamenstelling, bedoeld in artikel 20 van de wet, alsmede de rusttijden, gesteld bij of krachtens paragraaf 5.2 en krachtens artikel 5:12, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet; de bemanningslijst, bedoeld in artikel 21 van de wet; de overeenkomst op grond waarvan een visser aan boord werkzaam is, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; de repatriëring, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; de betaling aan vissers, bedoeld in 7, tweede lid, van de wet; het verblijf, voeding en drinkwater, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de wet; de voorzieningen voor zieke zeevarenden aan boord en medische zorg, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; de arbeidsomstandigheden en ongevallenpreventie aan boord, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet; en de bescherming tegen beroepsgerelateerde ziekte, ongeval of overlijden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel