**1.** Het orgaancentrum kent bij elke donatie een unieke identificatiecode toe aan het betreffende orgaan of postmortale weefsel.
**2.** Het orgaancentrum richt zijn administratie zodanig in dat ten aanzien van een orgaan of postmortaal weefsel dat is toegewezen aan een ontvanger met behulp van de identificatiecode kunnen worden achterhaald:
de voor het gebruik van het orgaan of postmortale weefsel relevante persoonsgegevens van de donor;
de instelling waar het orgaan of postmortale weefsel ter beschikking is gekomen;
de datum en het tijdstip van het ter beschikking komen van het orgaan of postmortale weefsel;
in voorkomend geval de bestemming waarvoor de donor overeenkomstig de Wet op de orgaandonatie toestemming heeft verleend;
de kenmerken en eigenschappen van het orgaan of postmortale weefsel en de doeleinden waarvoor het, indien van toepassing mede gelet op de verleende toestemming, geschikt is;
de noodzakelijke aanwijzingen voor het bewaren en het gebruik;
eventuele bijwerkingen bij het gebruik;
de bij het vervoer gebruikte stoffen en materialen, de leverancier en het batchnummer ervan;
de naam en het adres van de instelling waaraan het orgaan of postmortale weefsel is afgeleverd;
de persoonsgegevens van degene bij wiens geneeskundige behandeling het orgaan of postmortale weefsel is gebruikt.
**3.** Het orgaancentrum bewaart de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens tenminste 30 jaar na de toewijzing.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3
Artikel 3.3
Onderdeel van Besluit veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2026