**1.** Iedere Staat kan, ten tijde van de ondertekening van dit Verdrag of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, een voorbehoud maken met betrekking tot een specifieke bepaling van dit Verdrag, voor zover een wet die op dat tijdstip op zijn grondgebied van kracht is, niet in overeenstemming is met deze bepaling. Voorbehouden van algemene aard zijn niet toegestaan krachtens dit artikel.
**2.** Elk voorbehoud hetwelk overeenkomstig dit artikel wordt gemaakt, dient een korte uiteenzetting van de betrokken wet te bevatten.
TITEL III
Artikel 57
Voorbehouden
Onderdeel van Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 november 1998