Iedere partij kan, ook na het verstrijken van de in artikel 263, zesde alinea, bedoelde termijn, naar aanleiding van een geschil waarbij een door een instelling, een orgaan of een instantie van de Unie vastgestelde handeling van algemene strekking in het geding is, de in artikel 263, tweede alinea, bedoelde middelen aanvoeren om voor het Hof van Justitie van de Europese Unie de niettoepasselijkheid van deze handeling in te roepen.
DEEL ZESDE › TITEL I › HOOFDSTUK 1 › AFDELING VIJFDE
Artikel 277
Artikel 277
Onderdeel van Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 december 2009