Elke Verdragsluitende Partij neemt met name en naar vermogen de onderstaande maatregelen ten einde op te treden bij een olielozing:
het verrichten van een voorlopige evaluatie van de lozing, met inbegrip van de aard en de omvang van bestaande of vermoedelijke verontreinigende gevolgen;
het onverwijld mededelen van informatie betreffende de lozing ingevolge artikel 5;
het onverwijld vaststellen van haar vermogen tot het nemen van doeltreffende maatregelen voor het optreden bij de lozing en van de bijstand die nodig zou kunnen zijn;
het waar passend plegen van overleg met andere betrokken Verdragsluitende Partijen bij het vaststellen van het noodzakelijke optreden bij de lozing;
het nemen van de nodige maatregelen, ter voorkoming, vermindering of wegneming van de gevolgen van de lozing, met inbegrip van het bewaken van de situatie.
Artikel 7
Praktische maatregelen
Onderdeel van Protocol betreffende samenwerking ter bestrijding van olielozingen in het Caraïbisch gebied· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 11 oktober 1986