De Rijnvaartrechtbanken zijn bevoegd:
in strafzaken, tot het onderzoek van en de uitspraak over alle overtredingen van de voorschriften betreffende de scheepvaart en de waterpolitie;
in burgerlijke zaken, tot het doen van uitspraak na summiere behandeling in geschillen betreffende:
de betaling en het bedrag van loods-, kraan-, waag-, haven-, en kadegeleden;
de belemmering door particulieren van het gebruik der jaagpaden;
de schade, veroorzaakt door schippers en houtvlotters gedurende de reis of bij het aanleggen;
de vorderingen, ingesteld tegen eigenaren van voor het slepen van schepen gebruikte trekpaarden wegens aan onroerend goed toegebrachte schade.
Artikel 34
Artikel 34
Onderdeel van Herziene Rijnvaartakte· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juli 1869