Naar hoofdinhoud
(1). Gerechtelijke schikkingen en notariële akten die in een van de beide Staten tot stand zijn gekomen en in die Staat voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn, worden in de andere Staat uitvoerbaar verklaard (tenuitvoergelegd), tenzij de tenuitvoerlegging in strijd is met de openbare orde van die Staat. (2). De verzoekende partij moet een authentiek afschrift van de beschikking of de notariële akte overleggen, waaruit blijkt dat deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is. Artikel 7, lid 2, is van toepassing. (3). De bepalingen van de beide vorige leden zijn toepasselijk op voor de Oostenrijkse „Jugendamter” met betrekking tot onderhoudsverplichtingen tot stand gekomen schikkingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel