De bewijzen van luchtwaardigheid en de bewijzen van bevoegdheid, uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen, en welke niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend wat betreft de exploitatie van de luchtdiensten vermeld in de hierbijbehorende Bijlage.
Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen over haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid niet als geldig te erkennen.
Hoofdstuk I
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Ivoorkust inzake het luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 24 augustus 1964