**1.** De Organisatie geniet de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van haar functies en de verwezenlijking van haar doeleinden.
**2.** De vertegenwoordigers van Lidstaten, de Directeur-Generaal, de Plaatsvervangend Directeur-Generaal en het personeel van de Administratie genieten eveneens de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de onafhankelijke uitoefening van hun functies in verband met de Organisatie.
**3.** Deze voorrechten en immuniteiten worden omschreven in overeenkomsten tussen de Organisatie en de betrokken Staten of vastgesteld door middel van andere door deze Staten genomen maatregelen.
HOOFDSTUK IX
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Statuut van de Internationale Organisatie voor Migratie· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 14 november 1989