**(A).** In een geest van nauwe samenwerking zullen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen op verzoek overleg plegen, teneinde de inachtneming van de beginselen en de naleving van de bepalingen, als in deze Overeenkomst vastgesteld, te verzekeren.
**(B).** Voor ieder doel dat verband houdt met de exploitatie op grond van deze Overeenkomst kan elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij op een basis van wederkerigheid verlangen, dat zij zodanige inlichtingen verschaft als redelijkerwijze verlangd kunnen worden betreffende het vervoer (inlichtingen omtrent de herkomst en bestemming van zodanig vervoer daaronder begrepen) dat door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van zodanige andere Overeenkomstsluitende Partij bewerkstelligd is op de omschreven luchtdiensten naar, van en over het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij, welke zodanige inlichtingen verlangt.
**(C).** Elke Overeenkomstsluitende Partij zal zorgdragen dat haar aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij zo lang mogelijk van te voren afdrukken van dienstregelingen en alle andere ter zake dienende inlichtingen zal of zullen verschaffen, welke verband houden met de exploitatie van de omschreven luchtdiensten, alsmede afdrukken van alle wijzigingen daarvan.
Artikel VII
Artikel VII
Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Gemenebest van Australië voor de instelling van luchtdiensten· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 25 september 1951