De bewijzen van luchtwaardigheid en de bewijzen van bevoegdheid, uitgereikt of geldig verklaard door een Overeenkomstsluitende Partij en welke nog geldig zijn, zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de overeengekomen diensten. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar grondgebied de erkenning van de bewijzen van bevoegdheid welke aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt door de andere Overeenkomstsluitende Partij, te weigeren.
HOOFDSTUK I
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake luchtvervoer· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 1961