De Hooge Contracteerende Partijen komen overeen dat elk voorrecht, elke gunst of elke vrijdom op het gebied van handel, scheepvaart en nijverheid welke de eene Hooge Contracteerende Partij reeds heeft verleend of in de toekomst mocht verleenen aan de schepen, de onderdanen of de burgers van eenigen anderen vreemden Staat, onmiddellijk en onvoorwaardelijk zal worden uitgestrekt tot de schepen of onderdanen van de andere Hooge Contracteerende Partij, aangezien het de bedoeling der Contracteerende Partijen is dat de handel, de scheepvaart en de nijverheid van beide landen in alle opzichten worden behandeld op den voet der meestbegunstigde natie.
Artikel 17
Artikel 17
Onderdeel van Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 9 oktober 1913