Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen (bijbehorende bouwwerken) aan de achterzijde geldt dat3:
aan- en uitbouwen en bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd;
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak:
op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²;
op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) niet meer dan 250 m² mag bedragen;
de goothoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw (bijbehorende bouwwerken) mag niet meer dan 3 m bedragen;
de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw (bijbehorende bouwwerken) mag niet meer dan 6 m bedragen.
Voor uitbreiding van de hoofdmassa van de woning aan de voorzijde geldt dat:
deze in één bouwlaag dient te worden uitgevoerd, al dan niet met aankapping;
de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning met een maximale hoogte van 5 m;
de breedte mag niet meer bedragen dan maximaal 60% van de oorspronkelijke gevel;
de voorgevelrooilijn dan wel de bebouwingsgrens mag met niet meer dan 1,5 m worden overschreden;
er dient een strook van minimaal 1,5 m tot openbaar toegankelijk gebied onbebouwd te blijven.
Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen (bijbehorende bouwwerken) gelegen op een hoekperceel is bebouwing op de hoek van het perceel toegestaan onder de navolgende voorwaarden:
er mag slechts gebouwd worden 1 m achter de voorgevel en 1 m vanaf het openbaar toegankelijke gebied en /of openbare weg;
de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak:
op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²;
op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) niet meer dan 250 m² mag bedragen;
de goothoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw (bijbehorende bouwwerken) mag niet meer dan 3 m bedragen;
de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw (bijbehorende bouwwerken) mag niet meer dan 6 m bedragen.
Voor uitbreidingen van overige gebouwen, niet zijnde woningen geldt het navolgende:
indien een dergelijk geval zich voordoet zullen burgemeester en wethouders per geval bekijken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen, indien een goede integrale afweging in een specifieke situatie dit zou eisen.
Artikel 4,
lid 1: Specifieke beleidsregels met betrekking tot dit artikel binnen de bebouwde kom:
Onderdeel van Beleidsregels planologische kruimelgevallen Gemeente Sint-Michielsgestel (1e herziening)