Na vaststelling van budgetten is de ambtelijke organisatie met de uitvoering belast. Bij het aangaan van verplichtingen moeten de regels in acht worden genomen die zijn gesteld in:
De mandaatregeling;
Het inkoop- en aanbestedingsbeleid.
De budgethouder is verantwoordelijk voor het aangaan van verplichtingen met derden. Verplichtingen mogen slechts worden aangegaan als de budgethouder heeft geconstateerd dat een toereikend budget voor het lopende boekjaar beschikbaar is. Bovendien moet het aangaan van de verplichtingen passen binnen de beleidsdoelstellingen waarvoor het budget beschikbaar is gesteld.
De budgethouder is verantwoordelijk voor alle uitgaven c.q. inkomsten die voortvloeien uit de verplichtingen die zijn aangegaan.
De budgethouder mag verplichtingen aangaan met derden tot een bedrag van maximaal €100.000.
De (adjunct)directeur mag verplichtingen aangaan met derden tot een bedrag van maximaal €150.000.
Medewerker Gebouwenbeheer mag binnen zijn taakveld en de onderliggende planning verplichtingen aangaan met derden tot een bedrag van maximaal €35.000 voor zover dit passend is binnen het geldende inkoop- en aanbestedingsbeleid.
De budgetbewaarder:
mag verplichtingen aangaan tot een bedrag van maximaal €7.500 (inclusief BTW);
adviseert in voorkomende gevallen de budgethouder over het aangaan van verplichtingen.
Artikel 5. Aangaan verplichtingen
Artikel 5. Aangaan verplichtingen
Onderdeel van Budgethoudersregeling Geertruidenberg 2014