Alle kosten waartoe de geldlening, de hypotheekstelling, de inschrijving van de hypotheek, de aflossing van de schuld, de verkoop van het verbondene ingevolge het bij artikel 268 Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde en de doorhaling van de hypothecaire inschrijving aanleiding geven, komen ten laste van de schuldenaar.