Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1:

Artikel 1.7.

Door burgemeester en wethouders aangewezen kosten

Onderdeel van Verordening Iedereen doet mee fonds 2023

1.. Voor de vaststelling van de voor een tegemoetkoming in aanmerking komende kosten zijn burgemeester en wethouders bevoegd regels te stellen. Het college stelt tenminste een lijst op van instellingen, waarvan de kosten van lidmaatschap voor een tegemoetkoming in aanmerking komen. 2.. Voor de bepaling van de overige kosten, waarin een tegemoetkoming kan worden verstrekt, worden uit oogpunt van redelijkheid mede in aanmerking genomen kosten die uit het lidmaatschap van een instelling voortvloeien of andere hiermee verband houdende kosten zoals bijvoorbeeld kleding, boeken, gereedschappen en dergelijke. 3.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd te bepalen, dat een instelling niet behoort tot de relevante sectoren in de sociaal-culturele of sportieve sfeer, indien de doelstelling van de instelling geen relatie heeft met deze sectoren of de activiteiten van de instelling in strijd moeten worden geacht met de wet of het algemeen belang, met inachtneming van de staatkundige vrijheid evenals van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging. 4.. Voor de kosten van schoolgaande kinderen van 4 tot en met 17 jaar kan in 2023 een tegemoetkoming worden verstrekt indien het kosten betreft die de ouder(s)/verzorger(s) voor hun kind(eren) maken voor de aanschaf van door school voorgeschreven lesmateriaal.

Rechtspraak bij dit artikel