Naar hoofdinhoud
1. Een stumuleringslening wordt niet toegestaan indien:a. de kosten van de te treffen voorzieningen door een verzekeringsmaatschappij of anderszins worden gedekt;b. het voorzieningen betreft die niet als noodzakelijk en doelmatig worden gezien;c. het voorzieningen betreft die niet in het belang zijn van de monumentenzorg;d. het treffen van de voorzieningen in zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd;e. het toezicht op de uitvoering door de desbetreffende architect niet is geregeld;f. de stimuleringslening wordt aangewend voor verbetering die enkel noodzakelijk is als gevolg van nalatig onderhoud door de aanvragend eigenaar. De bewijslast dat er geen sprake is van nalatig onderhoud ligt bij de aanvrager;g. het pand of object in de 15 jaar voorafgaande aan de aanvraag met geldelijke steun van overheidswege is verbeterd;h. het pand of object na het treffen van de voorzieningen niet voldoet aan de wettelijke eisen van constructieve veiligheid en stabiliteit;i. de kosten van de voorzieningen niet in redelijke verhouding staan tot het te verkrijgen resultaat;j. met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat een aanvraag om een stimuleringslening is ingediend en de aanvrager een besluit tot het verlenen van geldelijke steun heeft ontvangen. In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken;k. het pand of object waaraan de aangevraagde voorzieningen worden getroffen bestemd is om binnen een periode van 10 jaar te worden afgebroken;l. het niet voldoende aannemelijk is dat het pand of object waaraan de voorzieningen worden getroffen na het treffen van de voorzieningen nog tenminste 10 jaar in stand zal blijven;m. voor de te treffen voorzieningen een ontheffing, omgevingsvergunning voor activiteit bouwen en monu-ment/beeldbepalend pand vereist is en deze niet onherroepelijk is of zijn verleend.

Rechtspraak bij dit artikel