Naar hoofdinhoud
1.. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand, de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet bestuursrecht. 2.. In deze verordening wordt verstaan onder:     a.   de WWB: de Wet werk en bijstand;     b.   de WIJ de Wet investeren in jongeren;     c.   IOAW: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte            werkloze werknemers;     d.   IOAZ: de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte            gewezen zelfstandigen;     e.   Awb: de Algemene wet bestuursrecht;     f.    uitkeringsgerechtigde: de persoon met een uitkering ingevolge de WWB, de            IOAW de IOAZ, BBZ of de WIJ;     g.   Anw-er: de persoon met een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet            die als niet-werkende werkzoekende ingeschreven staat bij het            Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen;     h.   Nugger: de niet-uitkeringsgerechtigde zoals om-schreven in artikel 6, onder a,           van de WWB;     i.     jongere: Een hier te lande woonachtige Nederlander, of daarmee op grond van             het tweede lid van artikel 2 WIJ gelijkgestelde, van 16 jaar of ouder doch jonger             dan 27 jaar;     j.    werknemer in gesubsidieerde arbeid: de werknemer als bedoeld in artikel 10,            tweede lid, van de WWB;     k.   voorziening: een voorziening als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de            WWB, deze verordening of het beleidsplan als bedoeld in artikel 3, eerste lid;     l.    het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente            Geertruidenberg;     m.  de raad: de gemeenteraad van de gemeente Geertruidenberg;     n.   algemeen geaccepteerde arbeid: algemeen maatschappelijk aanvaarde            betaalde arbeid, niet zijnde werkzaamheden in het kader van de Wet sociale            werkvoorziening (Wsw);     o.   beleidsplan plan als bedoeld in artikel 110 van de Gemeentewet gericht op de            uitvoering van de WWB, IOAW, IOAZ en de WIJ;     p.   UWV: het Uitvoeringsinstituut Werknemersver-zekeringen;     q.   deelnemer Work First: de persoon voor wie de voorziening, als bedoeld in artikel            10 van de verordening, wordt ingezet;     r.    traject: het geheel van activiteiten gericht op het verkrijgen en behouden van            reguliere arbeid dan wel op het verhogen van de maatschappelijke participatie            indien blijkt dat de afstand tot de arbeidsmarkt te groot is;     s.   sociale activering: het stimuleren van personen die langdurig werkloos zijn om            maatschappelijk actief te worden en zo arbeidsinschakeling dan wel            maatschappelijke participatie te bevorde-ren;     t.    werkleeraanbod: Een voorziening op grond van hoofdstuk 3 van de WIJ;     u.   startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2.            eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs            of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbe-reidend            wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de            Wet op het voortgezet onderwijs;     v.   inkomensvoorziening: Een inkomensvoorziening die wordt ver-strekt op grond            van de WIJ;     w.  BBZ Besluit Bijstandverlening zelfstandigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel