Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 6

Artikel 3.15

Verhuis- en (her)inrichtingskosten

Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo

1. Het College kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor verhuis- en inrichtingskosten, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder a, aan de ondersteuningsvrager; de persoon, die op verzoek van de gemeente en ten behoeve van de ondersteuningsvrager de woonruimte ontruimt; 2. Het College verleent slechts een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder a als: de verhuizing niet heeft plaatsgevonden voordat het College op de aanvraag heeft beschikt, tenzij zij daar schriftelijk toestemming voor hebben verleend. de ondersteuningsvrager niet voor het eerst zelfstandig gaat woning; de ondersteuningsvrager niet verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden; de ondersteuningsvrager niet verhuisd is naar een AWBZ- inrichting of een ander instelling gericht op het verstrekken van zorg; in de te verlaten woonruimte belemmeringen als gevolg van ziekte of gebrek zijn ondervon­den, tenzij het een verhuizing naar een ADL-woning betreft; Burgemeesters en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als de ondersteuningsvrager niet verhuisd is op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie de verhuizing ook zonder handicap algemeen gebruikelijk geacht zou zijn. 3. Het College stelt nadere regels omtrent de hoogte van de financiële tegemoetkoming, als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onder a.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel