**1.** De eigenaar of bewoner, die krachtens deze verordening een persoonsgebonden budget in de kosten van het treffen van een woonvoorziening heeft ontvangen, waarvan het bedrag hoger is dan het bedrag zoals genoemd in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning, en die binnen een periode van vijf jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte het College hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan dient, geheel of gedeeltelijk aan de gemeente te worden terugbetaald, tot maximaal het door de gemeente gesubsidieerde bedrag voor de in de woning getroffen voorzieningen.
**2.** De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:
voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde,
voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde,
voor het derde jaar 60% van de meerwaarde,
voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde,
voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde,
dit in alle gevallen minus het percentage van de kosten van getroffen voorzieningen, dat voor rekening van
de eigenaar van de woonruimte is gekomen.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 8
Artikel 3.19
Anti-speculatie-beding
Onderdeel van Verordening voorzieningen Wmo