Naar hoofdinhoud
1.. De commissie heeft als taak de raad en het college te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. 2.. Ter uitvoering van haar taak: adviseert de commissie op verzoek van het college, over een voornemen tot het indienen van een aanvraag omgevingsvergunning (vooroverleg), over een aanvraag omgevingsvergunning en over een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op behoud en herstel van de cultuurhistorische waarden en beeldbepalende kwaliteiten van een beschermd gezicht, van het gebied en/of van de bebouwing; een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; Een tijdelijk deel van het omgevingsplan of zoals bedoeld in artikel 22.29 eerste lid, aanhef en onder b, van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, zoals opgenomen in artikel 7.1 van het invoeringsbesluit Omgevingswet; een andere activiteit in geval het college een advies nodig acht met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van het college over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet; adviseert de commissie op verzoek van het college over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit; adviseert de commissie op verzoek van het college in een geval van een verkenning als bedoeld in artikel 5.48, tweede lid, van de Omgevingswet en in andere gevallen waarin het college een advies nodig acht in verband met een verkenning van een mogelijk bestaande of toekomstige opgave in de fysieke leefomgeving; informeert en begeleidt de commissie op verzoek van het college planindieners en ontwerpers gedurende het ontwerpproces; voert de commissie op verzoek van het college vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; adviseert de commissie op verzoek van het college over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; adviseert de commissie op verzoek van het college over excessen, buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken; die ook voor eenieder evident zijn; adviseert de commissie op verzoek van het college over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten maar die niet in het omgevingsplan worden opgenomen omdat het geen onderwerp betreft waardoor de fysieke leefomgeving blijvend wordt veranderd. Bijvoorbeeld tijdelijke reclame in de openbare ruimte, voorwerpen op of bij de weg en de exploitatievergunning van horecabedrijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel