Naar hoofdinhoud
1.. De leden en hun plaatsvervangers kunnen op grond van artikel 156, eerste lid van de gemeentewet, voor een termijn van ten hoogste vier jaar door het college worden benoemd. 2.. Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden of als zij tenminste 1 jaar zijn afgetreden. 3.. Een eenmalige uitzondering op het bepaalde in het tweede lid kan worden gemaakt voor leden waarvan de benoeming per 31 december 2023 verloopt. Om de continuïteit van de advisering onder de Omgevingswet te waarborgen kunnen deze leden eenmalig voor een extra termijn van ten hoogste twee jaar worden herbenoemd. 4.. De gemeenteraad wordt door het college over de benoemingsbesluiten geïnformeerd. 5.. De leden en hun plaatsvervangers worden op eigen verzoek ontslagen. De leden en hun plaatsvervangers kunnen voorts door het college worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel