Voor de reguliere inkomstenvrijlating geldt dat inkomsten uit arbeid gedurende ten hoogste 6 maanden worden vrijgelaten. De inkomsten worden vrijgelaten tot 25%, met een maximum zoals aangegeven in artikel 31, tweede lid, onder n, van de Pw, artikel 8, tweede lid van de IOAW of artikel 8, derde lid van de IOAZ;
Voor de aanvullende inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders geldt dat deze pas kan worden toegepast na afloop van de reguliere inkomstenvrijlating zoals bedoeld in het eerste lid. Is de inkomstenvrijlating voor alleenstaande ouders van toepassing, dan geldt deze gedurende een aaneengesloten periode van maximaal dertig maanden. De inkomsten uit arbeid worden vrijgelaten tot 12,5% met een maximum zoals aangegeven in artikel 31, tweede lid, onder r, van de Pw, artikel 8, vijfde lid van de IOAW of artikel 8, negende lid van de IOAZ;
Voor de inkomstenvrijlating voor personen met een medische urenbeperking geldt dat inkomsten uit arbeid worden vrijgelaten tot 15%, met een maximum zoals aangegeven in artikel 31, tweede lid, onder y, van de Pw, artikel 8, zevende lid van de IOAW of artikel 8, elfde lid van de IOAZ.
Voor de inkomstenvrijlating van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie geldt dat inkomsten uit arbeid gedurende een periode van twaalf maanden nadat de periode van zes maanden, bedoeld onder het eerste lid, is verstreken, worden vrijgelaten. Tenzij artikel 31, tweede lid, onder y, van de Pw van toepassing is. De inkomsten worden vrijgelaten tot 15%, met een maximum zoals aangegeven in artikel 31, tweede lid, onder z, van de Pw, artikel 8, negende lid van de IOAW of artikel 8, dertiende lid van de IOAZ;
Voor de aanvullende inkomstenvrijlating van een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie geldt dat inkomsten uit arbeid na afloop van het recht onder het vierde lid worden vrijgelaten tot 15% procent met een maximum zoals aangegeven in artikel 31, tweede lid, onder aa van de Pw, artikel 8, tiende lid van de IOAW of artikel 8, veertiende lid van de IOAZ;
De inkomstenvrijlating is exclusief de vakantietoeslag.
De inkomstenvrijlating wordt, met uitzondering van de inkomstenvrijlating onder het derde lid, vierde lid en vijfde lid, slechts éénmaal per periode van bijstandsafhankelijkheid toegepast. Als dezelfde uitkeringsperiode wordt aangemerkt:
de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet;
de situatie waarin sprake is van voortzetting van een uitkering die in een andere gemeente al werd verstrekt;
de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie de uitkering met een andere norm wordt voortgezet.
Artikel 9.
Hoogte en duur inkomstenvrijlating
Onderdeel van Beleidsregels inkomstenvrijlating Pw, IOAW en IOAZ 2024