Naar hoofdinhoud
1.. Het bestuur kan het functioneren van de bedrijfsvoeringsorganisatie en de samenwerkingsrelatie met de deelnemers evalueren en daarvan verslag uitbrengen aan de colleges en raden van de gemeenten, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. 2.. De onderzoeksvraagstelling voor de uit te voeren evaluatie wordt door het bestuur voorafgaand aan de deelnemers voor advies voorgelegd. Het bestuur stelt aansluitend de onderzoeksvraagstelling vast. 3.. Een deelnemende gemeente kan het bestuur verzoeken het in artikel 4 van deze regeling omschreven doel te evalueren. 4.. In een verzoek als bedoeld in het derde lid geeft de deelnemende gemeente aan wat geëvalueerd moet worden, waar de evaluatie op gericht moet zijn en eventueel hoe de gemeente van mening is op welke wijze de evaluatie moet plaatsvinden. 5.. Het bestuur, in overleg met de verzoekende gemeente, indachtig het belang van alle deelnemende gemeenten, beziet en beslist hoe aan het verzoek van een gemeente gehoor kan worden gegeven.

Rechtspraak bij dit artikel