Naar hoofdinhoud
1.. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die wenst toe te treden, richt een verzoek ter zake aan het bestuur, dat vergezeld gaat met het besluit hiertoe van datzelfde college en het toestemmingsbesluit van de raad van de gemeente die wenst toe te treden. 2.. Toetreding tot deze regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende besluiten van de colleges van alle deelnemers, na verkregen toestemming indien van toepassing. 3.. Het bestuur brengt het verzoek ter kennis van de colleges van de deelnemende gemeenten en geeft daarbij een advies over de toetreding. 4.. Het bestuur doet een voorstel tot toetreding en regelt daarbij de voorwaarden die aan de toetreding zijn verbonden. 5.. Het bestuur kan een toetredingssom vaststellen voor de toetreding. 6.. De toetreding gaat in met ingang van de datum, genoemd in het gezamenlijk besluit, bedoeld in het tweede lid, of op een in overleg tussen het bestuur en de toetredende deelnemer te bepalen later tijdstip. 7.. Het bestuur zal zo spoedig mogelijk na het gezamenlijk besluit bedoeld in het tweede lid, een voorstel doen voor wijziging van de regeling op het punt van deelnemende gemeenten, naar aanleiding van de toetreding. 8.. De bestuursorganen van de toegetreden gemeente gaan zo spoedig mogelijk na het gezamenlijk besluit bedoeld in het tweede lid, over tot het aanwijzen van (plaatsvervangende) leden in het bestuur. 9.. Van elk bericht van toetreding van een deelnemer wordt door het bestuur kennis gegeven aan gedeputeerde staten.

Rechtspraak bij dit artikel