Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 14

Artikel 39

Concept uittredingsplan

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling bedrijfsvoeringsorganisatie Ingenieursbureau Krimpenerwaard

1.. Ter voorbereiding op de besluitvorming van het bestuur, stelt het bestuur een projectgroep samen die het concept uittredingsplan voorbereid. 2.. De projectgroep inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding en legt deze vast in het concept uittredingsplan en doet een voorstel tot een voorlopige uittreedsom. 3.. Onder de gevolgen van de uittreding worden verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die het directe gevolg zijn van de uittreding. 4.. Met het oog op het regelen van de inhoud van het concept uittredingsplan, kan het bestuur zelf aan een onafhankelijke externe deskundige om advies vragen of om ondersteuning van de projectgroep door deze onafhankelijke externe deskundige. Het bestuur wijst een onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht dan wijst het bestuur deze aan op basis van een bindende opdracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden, onder voorzitterschap van de directeur-secretaris van het IBKW, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van de uittredende deelnemer. De kosten voor het inschakelen van een externe deskundige zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 5.. Het bestuur geeft, na oplevering van het concept uittredingsplan door de projectgroep, de accountant van het IBKW opdracht om het door de projectgroep voorbereide concept-uittredingsplan en het voorstel tot een voorlopige uittreedsom te toetsen. De kosten voor het toetsen zijn voor rekening van de uittredende deelnemer. 6.. Het concept uittredingsplan met de voorlopige uittreedsom, wordt op voorstel van de projectgroep vastgesteld door het bestuur. Alvorens het bestuur het concept uittredingsplan vast stelt, stelt het een aanwezige ondernemingsraad van het IBKW of een vertegenwoordiging van het personeel in de gelegenheid om advies uit te brengen over de personele en organisatorische gevolgen die voortvloeien uit het concept uittredingsplan. 7.. Het bestuur zendt het concept uittredingsplan met de voorlopige uittreedsom als voorstel voor het uittredingsplan toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen gedurende acht weken hun zienswijzen over het voorstel voor het uittredingsplan bij het bestuur indienen.

Rechtspraak bij dit artikel