Naar hoofdinhoud
Indien na ontvangst van een signaal ten onrechte of tot een te hoog bedrag uitkering wordt verstrekt, wordt deze niet teruggevorderd, voor zover deze uitkering ook zes maanden na ontvangst van dit signaal nog onterecht of tot een te hoog bedrag is verleend, tenzij belanghebbende in dit kader de inlichtingenplicht (artikel 17, eerste en tweede lid, van de Participatiewet en artikel 13 eerste en tweede lid, van de IOAW en de IOAZ en artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet Suwi) heeft geschonden. Onder een signaal als genoemd in het eerste lid wordt verstaan relevante informatie waaruit kan worden afgeleid dat sprake is van een dusdanige fout, die leidt tot aanpassing van de uitkering. In het geval sprake is van het niet melden van overschrijding van het in aanmerking te nemen vermogen over een langere periode wordt, indien sprake is van intrekking van het recht op uitkering over de gehele periode van overschrijding, enkel het bedrag teruggevorderd dat niet zou zijn verstrekt indien de betrokkene de bepekte overschrijding had gemeld. Een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en hem niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft, wordt niet gebruteerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel