**1..** Burgers kunnen in een vergadering het woord voeren over geagendeerde, dan wel niet-geagendeerde onderwerpen.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
Een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of waartegen bezwaar of beroep is ingesteld;
Benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
Een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
**3..** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 36 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier onder vermelding van zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wenst te voeren.
**4..** De commissievoorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding, tenzij afwijking van die volgorde in het belang is van de orde van de vergadering. Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord.
**5..** De inspreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend. De commissievoorzitter kan de deelnemers aan de vergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering.
**6..** De commissievoorzitter of een commissielid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de inspreker.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 14
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Reglement van Orde voor vergaderingen van de raadscommissies van de gemeente Sint-Michielsgestel 2026