1. Indien één van beide partijen de verplichtingen op grond van deze verhuur-voorwaarden niet, niet tijdig of niet deugdelijk nakomt, wordt deze partij schriftelijk in gebreke gesteld waarbij een redelijke termijn is gesteld om alsnog na te komen, tenzij dat op grond van deze voorwaarden, het contract of de wet niet nodig is. Wanneer na het verstrijken van de hiervoor genoemde redelijke termijn nakoming uitblijft, wordt deze partij aansprakelijk gesteld voor alle schade die hieruit voor de andere partij en/of derden voortvloeit, en is de andere partij gerechtigd de overeenkomst te ontbinden.
2. De verplichting tot betaling van een schadevergoeding op grond van het vorige lid laat onverlet de verplichting tot betaling van de huursom door de exploitant dan wel het verval van de huursom aan de gemeente.
3. Onverminderd het bepaalde in lid 1 en 2 zijn burgemeester en wethouders bevoegd om -afhankelijk van de ernst van de overtreding c.q. niet nakoming van de uit de voorwaarden voortvloeiende verplichtingen - één of meerdere van de volgende maatregelen op te leggen:
• het opleggen van een boete aan de exploitant tot een maximum van € 2500, - per overtreding of per dag of gedeelte daarvan dat de overtreding duurt;
• het met onmiddellijke ingang sluiten van de inrichting van de exploitant, zo nodig onder het gelijktijdig staken van de levering van elektriciteit;
• het op kosten van de exploitant verwijderen van de inrichting van de exploitant c.q. het ontruimen van het kermisterrein;
• het voor de toekomst uitsluiten van de exploitant tot het verkrijgen van een standplaats op de kermis.
De exploitant aan wie een standplaats is gegund en die deze standplaats niet inneemt met de attractie waarmee hij heeft ingeschreven, verbeurt een direct opeisbare boete van twee keer de hoogte van de pachtsom waarmee is ingeschreven.
In afwijking van het vierde lid, indien de exploitant die de standplaats niet inneemt met de attractie waarmee hij heeft ingeschreven, maar met een vergelijkbare vervangende attractie wil komen, dient hij dit tenminste één (1) maand voorafgaande aan de kermis schriftelijk aan burgemeester en wethouders voor te stellen.
Indien burgemeester en wethouders instemmen met de vergelijkbare vervangende attractie, mag hij de gegunde standplaats innemen voor de pachtsom waarmee is ingeschreven.
In het geval hij dit later dan één (1) maand voorafgaande aan de kermis aan de gemeente doorgeeft, en/of burgemeester en wethouders niet instemmen met de vervangende attractie, verbeurt de exploitant alsnog de direct opeisbare boete van twee keer de hoogte van de pachtsom waarmee is ingeschreven.
In geval van aantoonbare overmacht kunnen burgemeester en wethouders besluiten om af te wijken van het bepaalde in het vierde en vijfde lid van dit artikel en geen direct opeisbare boete op te leggen.
Hoofdstuk
Artikel 29
Niet nakoming
Onderdeel van Verhuurvoorwaarden Standplaatsen Kermissen Gemeente Geertruidenberg 2025