Vergoeding voor kinderopvang wordt alleen verstrekt als de sociaal-medische noodzaak is vastgesteld door het team SMI (bestaande uit medewerkers Wmo, CJG en Pw).
De vergoeding voor kinderopvang wordt vastgesteld op basis van de werkelijke kosten, waarbij rekening wordt gehouden met de belastingtabel kinderopvangtoeslag. Het door het Rijk jaarlijks vastgestelde fiscale tarief wordt als maximum uurtarief gehanteerd. Opvangkosten die boven dit tarief liggen worden door de ouder(s) zelf betaald.
De vergoeding kan nooit meer bedragen dan de Kinderopvangtoeslag die, op basis van het inkomen en vermogen van de ouders, door de Belastingdienst zou worden verstrekt. Het bedrag wat eventueel overblijft komt voor rekening van de ouders als eigen bijdrage.
Vergoeding vindt enkel plaats voor kindercentra of voorzieningen voor gastouderopvang die geregistreerd zijn in het LRK.
Bij het vaststellen van de vergoeding wordt rekening gehouden met het vermogen van de ouders, voor zover dit meer bedraagt dan het heffingsvrije vermogen zonder of met fiscale partner, zoals de Belastingdienst dit hanteert. Het vermogen gebonden in de woning wordt hier niet in meegenomen. Bedraagt het vermogen meer dan het heffingsvrije vermogen, dan wordt het meerdere volledig in mindering gebracht op de te verstrekken vergoeding.
Artikel 4:
Vergoeding in de kosten van kinderopvang
Onderdeel van Nadere regels kinderopvang sociaal-medische indicatie 2024