Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 4:

Uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk Artikel 4, lid 1: Specifieke beleidsregels met betrekking tot dit artikel binnen de bebouwde kom:

Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA) Sint-Michielsgestel 2025

a.. Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken aan de achterzijde geldt dat: aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak: op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²; op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m2 niet meer bedragen dan 65 m2 , vermeerder met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m2, met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak niet meer dan 250 m2 mag bedragen; de goothoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3,30 m bedragen; de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen. b.. Voor uitbreiding van de hoofdmassa van de woning aan de voorzijde geldt dat: deze in één bouwlaag dient te worden uitgevoerd, al dan niet met aankapping; de hoogte niet meer mag bedragen dan 0,3 m boven de vloer van de eerste verdieping van de woning met een maximale hoogte van 5 m; de breedte mag niet meer bedragen dan maximaal 60% van de oorspronkelijke gevel; de voorgevelrooilijn dan wel de bebouwingsgrens mag met niet meer dan 1,5 m worden overschreden; er dient een strook van minimaal 1,5 m tot openbaar toegankelijk gebied onbebouwd te blijven. c.. Voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning en aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken gelegen op een hoekperceel is bebouwing toegestaan onder de navolgende voorwaarden: er mag slechts gebouwd worden 1 m achter de voorgevel en 1 m vanaf het openbaar toegankelijke gebied en /of openbare weg; de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en de bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag, voor zover deze worden gebouwd buiten het bouwvlak: op bouwpercelen tot 300 m² niet meer bedragen dan 65 m²; op bouwpercelen gelijk aan of groter dan 300 m² niet meer bedragen dan 65 m², vermeerderd met 10% van het aantal vierkante meters dat het bouwperceel groter is dan 300 m², met dien verstande dat de totale bebouwde oppervlakte aan aan- en uitbouwen en bijbehorende bouwwerken zowel binnen als buiten het bouwvlak niet meer dan 250 m² mag bedragen. de goothoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 3,30 m bedragen; de bouwhoogte van een aan- en uitbouw en bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 6 m bedragen. d.. Overige gevallen voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning geldt dat indien een bouwplan voor de uitbreiding van de hoofdmassa van een woning niet valt in de genoemde categorie van sub a tot en met c van artikel 4, eerste lid van de Beleidsregels, dan per geval bekeken wordt of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van goede ruimtelijke kwaliteit nadere eisen stellen. e.. Voor uitbreidingen van overige gebouwen, niet zijnde woningen geldt dat indien een dergelijk geval zich voordoet burgemeester en wethouders per geval zullen bekijken of aan deze mogelijkheid toepassing wordt gegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties nadere eisen stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel