Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II. › Afdeling 8.

Artikel 13.

Duurzame gebruiksgoederen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2017

1.. Bijzondere bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht (garantstelling), dan wel in de vorm van een bedrag om niet (artikel 51 lid van de wet) 2.. Als bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening wordt de duur van de aflossing op 36 maanden gesteld en de aflossingsbedragen op 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, verhoogd met de maximale gemeentelijke toeslag. 3.. bij de vaststelling van de aflossingscapaciteit kan mede rekening gehouden worden met de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de belanghebbende. Alsmede met het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. 4.. een vastgestelde aflossingsperiode en/of aflossingsbedrag kan worden herzien, als een wijziging in de omstandigheden, mogelijkheden of middelen van de belanghebbende daartoe aanleiding geeft. 5.. Als bijstand wordt verleend in de vorm van borgtocht (garantstelling) als bedoeld in het eerste lid, stelt de gemeente zich garant voor de kosten van rente en aflossing van de met de kredietinstelling als genoemd in artikel 49 van de wet overeengekomen geldlening. 6.. als de rente en aflossing, als bedoeld in het vijfde lid, hoger zijn dan de in het tweede lid bedoelde aflossingspercentage kan bijstand worden verleend voor het meerdere als het college van B&W de noodzaak van de aanschaf van de duurzame gebruiksgoederen heeft vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel