Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk I. › Afdeling 2.

Artikel 3.

Inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand 2017

1.. Bij het volgens artikel 32 en 33 van de wet in aanmerking te nemen inkomen geldt een vrijlating van 20% bovenop de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 2.. Voor de hierna te noemen kosten wordt 100% van het inkomen boven de bijstandsnorm als draagkracht aangemerkt: Woonkostentoeslag; De administratiekosten, waarborgsom en eerste maand huur voor een woning; Duurzame gebruiksgoederen en andere kosten waarvoor men moet reserveren; Aanvullende bijzondere bijstand voor levensonderhoud aan personen van 18 tot 21 jaar. 3.. Bij vaststelling van het inkomen wordt een op basis van artikel 36 van de wet verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing gelaten. 4.. Bij vaststelling van het inkomen wordt een korting op basis van artikel 22a van de wet buiten beschouwing gelaten. Uitgegaan wordt van de reguliere bijstandsnorm. 5.. Bij de vaststelling van het inkomen wordt uitgegaan van het periodieke inkomen van de belanghebbende(n) gedurende de maand waarin de aanvraag om bijzondere bijstand wordt ingediend. Als dit inkomen geen juist inzicht geeft in het te verwachten inkomen gedurende de draagkrachtperiode, wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen gedurende het aan de bedoelde maand voorafgaande vijf maanden, alsmede de maand van aanvraag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel