Naar hoofdinhoud
1.. De leden van de raad spreken vanaf de tafel. 2.. Bij belangrijke onderwerpen spreken de leden vanaf het spreekgestoelte. 3.. In geval van spreken vanaf het spreekgestoelte zoals beschreven in lid 1, vinden de interrupties plaats vanaf de interruptiemicrofoon. 4.. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en de overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. 5.. Een raadslid voert slechts het woord nadat hij aan de voorzitter het woord gevraagd en heeft verkregen.

Rechtspraak bij dit artikel