Naar hoofdinhoud
1.. Raadsleden dienen initiatiefvoorstellen schriftelijk in bij de voorzitter. 2.. De griffier plaatst het initiatiefvoorstel als bedoeld in het eerste lid op de lijst van ingekomen stukken en zendt een afschrift aan het college. 3.. Het college kan binnen vier weken nadat het ter kennis is gesteld van een voorstel schriftelijk wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad brengen. 4.. Nadat het college schriftelijk wensen of bedenkingen ter kennis van de raad heeft gebracht of kenbaar heeft gemaakt hiertoe niet te zullen overgaan, dan wel nadat de in het derde lid gestelde termijn is verlopen, wordt het voorstel op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering geplaatst. Als de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende raadsvergadering geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel