De interne verantwoordelijkheid voor de zorg voor dagelijkse arbeidsomstandigheden ligt bij de lijnorganisatie. Iedere leidinggevende heeft binnen het kader van zijn bevoegdheden een eigen verantwoordelijkheid voor de veiligheid, de gezondheid en het Welzijn ten aanzien van de onder hem of haar ressorterende medewerkers.De leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor de praktische invulling van het arbobeleid binnen de zijn of haar verantwoordelijkheid behorende organisatieonderdelen.De leidinggevenden hebben als taken:- het signaleren van gevonden knelpunten op de werkplek;- het geven van voorlichting aan (nieuwe) medewerkers;- het houden van toezicht op de naleving van regels en voorschriften;- het houden van toezicht op onderhoud van machines en het juiste gebruik van machines en hulpmiddelen;- het houden van toezicht op orde en netheid op de werkvloer;- het registreren en melden van (bijna) ongevallen op hun afdeling;- het uitvoeren van noodprocedures bij calamiteiten;- het uitgeven van Persoonlijke Beschermings Middelen (PBM).De leidinggevenden zijn bevoegd tot:- het voorleggen van knelpunten aan de preventiemedewerker;- het oplossen van praktische arboproblemen op hun afdeling;- het inwinnen van advies bij de arbodienst via de preventiemedewerker.De leidinggevenden zijn verplicht tot het melden van gevaar of dreigend gevaar bij de preventiemedewerker.