De ontheffing als bedoeld in artikel 5:6, tweede lid, van de APV wordt geweigerd indien:
het voertuig waarvoor de ontheffing is aangevraagd niet het enige voertuig is dat op het adres van de aanvrager van de ontheffing geregistreerd staat bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer, uitgezonderd voertuigen die behoren tot de categorieën lichte of zware twee-, drie- of vierwieler die de RDW hanteert (o.a. motorfiets, trike, quad);
het voertuig waarvoor de ontheffing is aangevraagd niet past binnen de afmetingen van een regulier parkeervak. De afmetingen die hiervoor worden gehanteerd zijn 6 (zes) meter lengte en 2,4 meter (twee meter en 40 centimeter) hoogte;
de aanvrager gelegenheid heeft het voertuig op eigen terrein te parkeren of te hebben.
Onder eigen terrein wordt verstaan als de aanvrager beschikking heeft over parkeergelegenheid op/in:
een obstakelvrije ruimte op eigen terrein met een minimale diepte van 5.0 meter en een breedte van 2.60 meter;
eigen terrein of een deel daarvan dat geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor parkeren op eigen terrein met de onder bovenstaand genoemde minimale maatvoering;
een parkeerplaats in een parkeergarage die is gebouwd (mede) ten behoeve van de woning;
een gereserveerde parkeerplaats, waaronder worden verstaan een los van de woning gehuurde of gekochte garagebox binnen een loopafstand van 100 meter van de woning alsmede een plek in een parkeergarage of op een plek een parkeerterrein die juridisch, feitelijk of planologisch is bestemd voor het adres van verzoeker en die niet voor openbaar verkeer is bedoeld.’
een parkeerplaats op terrein van de Vereniging van Eigenaren die is aangelegd (mede) ten behoeve van de woning;
een garage/carport op eigen terrein met een minimale inwendige breedte van 3,0 meter;
Artikel 1.
Absolute weigeringsgronden ontheffing
Onderdeel van Beleidsregels ontheffing parkeren kampeermiddelen, aanhangers e.a.